Doven van straatverlichting

Vooraf

Naar analogie met het doven van straatverlichting in de naburige landen, overwegen verschillende gemeentelijke administraties om eveneens de straatverlichting te doven tijdens (een gedeelte) van de nacht op hun wegen (of een deel ervan).

Hoewel er Europese normen bestaan over straatverlichting, is er geen enkele wettelijke tekst die gemeentelijke overheden verplicht om hun wegen te verlichten. Daarentegen worden gemeenten als zijnde wegbeheerder er wel aangehouden om alles in het werk te stellen om de veiligheid op hun grondgebied te verzekeren.

Indien de verkeersveiligheid dan ook in het gedrang zou komen door een onderbreking van de straatverlichting, is dit dan ook ten minste gedeeltelijk de verantwoordelijkheid van de gemeente. Het doven van de straatverlichting en de mogelijke negatieve gevolgen ervan voor de verkeersveiligheid moeten dan ook het voorwerp uitmaken van een nauwgezette analyse.

Op welke plaatsen kan de verlichting gedoofd worden zonder dat het een negatieve impact heeft op de verkeersveiligheid? Waar mag men het zeker niet doen? Hoe kun je de risico’s verbonden aan het doven van de verlichting beperken? Door middel van een specifiek ontwikkelde verkeersveiligheidsinspectie/audit in het kader van deze problematiek, vormt het BIVV een ideale partner die gemeentebesturen kan begeleiden doorheen hun denkproces.

Methodologie

De aanpak kan verschillend zijn al naar gelang men het volledig gemeentelijk wegennet wil bekijken, of zich enkel wil concentreren op specifieke segmenten of kruispunten.

Het resultaat van een verkeersveiligheidsinspectie kan als volgt omschreven worden:

  • Op welke segmenten en kruispunten van het gemeentelijke wegennet het doven van de straatverlichting geen bijkomende verkeersveiligheidsproblemen zal genereren.
  • Op welke segmenten of kruispunten ontstaan er door het doven van de straatverlichting wel nieuwe problemen en op welke wijze kunnen die op een efficiënte manier worden opgelost.
  • Op welke segmenten of kruispunten zal het doven van de straatverlichting bijkomende onoverkomelijke veiligheidsproblemen veroorzaken.

Dit betekent dat:

  • De studie zich in principe beperkt tot de wegen die beheerd worden door de gemeenten, maar dat rekening gehouden worden met de impact op andere wegen doordat de specifieke situatie dat kan vereisen.
  • De studie zich beperkt tot straten waarbij er een verlichting aanwezig is of was voor men overging tot het doven ervan.
  • De studie beperkt zich tot het aspect verkeersveiligheid (het probleem van de bredere publieke veiligheid wordt niet meegenomen).
  • De studie maakt geen evaluatie van de effecten van de aanwezige straatverlichting op de verkeersveiligheid.
  • Evenmin omvat deze studie een volledige verkeersveiligheidsinspectie van het wegennet. Ze focust zich enkel om de mogelijke verschillen tussen de verlichte en de onverlichte straat.

De studie bekijkt de mogelijke effecten vanuit alle weggebruikers.

Het doven van de straatverlichting kan een directe impact hebben op de veiligheid van automobilisten, maar indirect ook op voetgangers van fietsers. Tijdens de inspectie worden alle wegen of wegsegmenten al rijdend met de auto bekeken, zowel op het moment dat de verlichting werkt, alsook op een moment dat de lichten zijn gedoofd. Meestal worden alle wegonderdelen in de beide richtingen doorkruist. Op specifieke punten zal men ook als voetganger gaan observeren.

Om dit mogelijk te maken, verwachten van de gemeentelijke overheid een plan van hun wegennet met de volgende detaillering:

  • Wegen met verlichting.
  • De grenzen van de agglomeratie.
  • De heersende snelheidslimieten en de oversteekvoorzieningen voor fietsers en voetgangers op de wegen of wegsegmenten die onderdeel uitmaken van de analyse.
  • De ligging van gescheiden fiets- en voetpaden.

Rapport

Alle gevallen waarbij de onveiligheid toeneemt door het doven van de verlichting, vooral ten aanzien van de fietsers en de voetgangers, worden genoteerd. De waargenomen probleempunten worden vervolgens uitgeschreven en van commentaar voorzien in een rapport.

Het doel van deze analyse is geenszins bedoeld om de wettelijke aansprakelijkheid te omzeilen. De geformuleerde aanbevelingen in het rapport moeten dan ook beschouwd worden als een niet-bindende advies. De gemeentelijke administratie moet zelf beslissen in welke mate ze met deze aanbevelingen rekeningen kunnen en willen houden.

De aanbevelingen geven geen gedetailleerd beeld van mogelijke technische en/of financiële consequenties de welke de realisatie ervan met zich meebrengen. Deze vallen onder de competentie en de bevoegdheid van de gemeentelijke administratie.